Wat is CGT?
CGT, of cognitieve gedragstherapie, is een vorm van psychotherapie die zich richt op de samenhang tussen onze gedachten, emoties, lichamelijke gewaarwordingen en gedragingen. Het uitgangspunt is eenvoudig: twee mensen kunnen heel verschillend op dezelfde situatie reageren, afhankelijk van hoe zij die interpreteren.
Stel dat u een belangrijk bericht verstuurt en het antwoord op zich laat wachten. U zou kunnen denken: ‘Ik heb vast iets ongepasts gezegd.’ Die interpretatie kan de angst doen toenemen, spanning in het lichaam veroorzaken en u ertoe aanzetten het gesprek telkens opnieuw te lezen. Iemand anders denkt misschien: ‘Die persoon heeft het waarschijnlijk druk,’ en gaat rustiger verder met de dag. De situatie is dezelfde, maar de betekenis die eraan wordt gegeven verandert de ervaring.
CGT helpt om zulke patronen te herkennen en bruikbaardere reacties uit te proberen. Het gaat er niet om uzelf ervan te overtuigen dat alles goed gaat of elke negatieve gedachte door een positieve te vervangen. Het gaat er veeleer om uw gedachten te onderzoeken, na te gaan of uw interpretatie overeenkomt met de feiten en met andere manieren van reageren te experimenteren.
Waar komt cognitieve gedragstherapie vandaan?
CGT is geleidelijk ontstaan uit twee stromingen. De eerste was de gedragstherapie, die zich in het midden van de twintigste eeuw ontwikkelde vanuit onderzoek naar leren en conditionering. Therapeuten begonnen deze kennis onder meer te gebruiken om mensen met angsten en vermijdingsgedrag te helpen.
De tweede stroming was de cognitieve therapie. In de jaren 1950 ontwikkelde psycholoog Albert Ellis een benadering waarin overtuigingen en hun invloed op emotionele reacties centraal stonden. In de jaren 1960 merkte de Amerikaanse psychiater Aaron T. Beck, die oorspronkelijk als psychoanalyticus was opgeleid, bij mensen met een depressie snelle, automatische en vaak erg zelfkritische gedachten op. Hij stelde voor om deze gedachten zichtbaar te maken, ze samen met de persoon te onderzoeken en na te gaan hoe juist ze waren.
Door de jaren heen kwamen cognitieve en gedragsmatige methoden samen in de huidige familie van cognitieve gedragstherapieën. Die omvat verschillende protocollen die aan uiteenlopende moeilijkheden zijn aangepast.
De drie grote pijlers van CGT
CGT is niet één enkele methode. Ze brengt verschillende benaderingen samen die rond drie complementaire pijlers kunnen worden voorgesteld. Het belang van elke pijler verschilt naargelang de moeilijkheid, de doelen van de persoon en het gebruikte protocol.
De gedragsmatige benadering
De gedragsmatige benadering kijkt naar wat iemand doet, vermijdt of herhaalt en naar de gevolgen die deze gewoonten in stand houden. Het werk kan bestaan uit het geleidelijk hervatten van een activiteit, het op een voorbereide manier aangaan van een gevreesde situatie, het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden of het uitproberen van ander gedrag. Het doel is niet om iemand te dwingen, maar om ervaringen te creëren die nieuw leren mogelijk maken en opnieuw meer keuzevrijheid geven.
De cognitieve benadering
De cognitieve benadering richt zich op automatische gedachten, interpretaties en overtuigingen die emoties en handelingen beïnvloeden. De therapeut helpt om ze te herkennen, de feiten die ervoor of ertegen spreken te onderzoeken en evenwichtigere perspectieven te overwegen. Het gaat niet om het opleggen van positief denken, maar om afstand te leren nemen van een conclusie die automatisch is geworden.
De emotionele benadering
De emotionele benadering helpt om emoties en de bijbehorende lichamelijke gewaarwordingen te herkennen, te benoemen en beter te begrijpen. Afhankelijk van de behoeften kan iemand leren een emotie te doorstaan zonder er onmiddellijk naar te handelen, de intensiteit ervan te reguleren, ongemak beter te verdragen of gevoelens op een gepastere manier te uiten. Het doel is niet om angst, verdriet of boosheid te laten verdwijnen, maar om anders te leren reageren.
In de praktijk lopen deze drie pijlers voortdurend in elkaar over. Een gedragsverandering kan een overtuiging veranderen, terwijl een beter begrip van emoties het mogelijk kan maken iets nieuws uit te proberen.
Hoe werkt CGT?
Cognitieve gedragstherapie is doorgaans gestructureerd, samenwerkend en gericht op doelen die met de therapeut worden afgesproken. Tijdens de eerste afspraken probeert de psycholoog inzicht te krijgen in de moeilijkheden, de situaties waarin ze optreden en wat ze in stand houdt. Samen brengt u het probleem in kaart.
Die kaart kan een vicieuze cirkel zichtbaar maken. Iemand die bang is om beoordeeld te worden, vermijdt bijvoorbeeld om het woord te nemen. Dat vermijdingsgedrag geeft op korte termijn opluchting, maar verhindert dat de persoon ontdekt de situatie wel aan te kunnen. De angst blijft daardoor bestaan of wordt zelfs sterker. Binnen CGT kan het werk bestaan uit het geleidelijk aangaan van gevreesde situaties, binnen een voorbereid kader en in een haalbaar tempo.
Een sessie omvat vaak een terugblik op de voorbije week, de keuze van een onderwerp en het oefenen met een hulpmiddel. De behandeling kan relatief kort zijn, maar langdurige of complexe moeilijkheden kunnen meer tijd vragen.
Welke hulpmiddelen worden gebruikt?
Er bestaat niet één oefening die de hele CGT samenvat. De psycholoog kiest hulpmiddelen op basis van de behoeften en doelen. Die kan voorstellen om een situatie, de gedachten die opkwamen, de gevoelde emotie en de daaropvolgende reactie te noteren. Zo kan een proces dat voordien automatisch leek, worden vertraagd.
Met cognitieve vragen kan een gedachte vervolgens worden onderzocht: welke feiten ondersteunen of nuanceren haar? Is er een andere verklaring mogelijk? Het doel is een evenwichtiger en realistischer beeld op te bouwen.
De gedragsmatige dimensie is minstens even belangrijk. Het werk kan bestaan uit een geleidelijke blootstelling aan een vermeden situatie, het hervatten van betekenisvolle activiteiten, probleemoplossing of experimenten om een overtuiging te toetsen. Oefeningen tussen de sessies helpen om het geleerde in het dagelijks leven toe te passen.
Voor welke moeilijkheden kan CGT worden voorgesteld?
CGT wordt bij uiteenlopende moeilijkheden gebruikt, waaronder bepaalde angststoornissen, fobieën, paniekaanvallen, depressie, obsessieve-compulsieve stoornis, posttraumatische stressstoornis en slapeloosheid. Bepaalde technieken kunnen ook ondersteuning bieden bij aanhoudende pijn.
Gespecialiseerde vormen van CGT kunnen eveneens worden voorgesteld bij bepaalde eetstoornissen, zoals boulimia nervosa, eetbuistoornis en, in sommige situaties, anorexia nervosa. Daarbij kan onder meer worden gewerkt aan een regelmatig eetpatroon, bezorgdheden over gewicht en lichaamsbeeld, moeilijke gedachten en emotionele triggers. Eetstoornissen kunnen aanzienlijke lichamelijke risico’s meebrengen. Een passende beoordeling is daarom noodzakelijk en de behandeling kan psychologische, medische en voedingskundige begeleiding combineren.
CGT kan ook helpen wanneer iemand moeite heeft om boosheid te reguleren of te uiten. Het werk kan gericht zijn op het herkennen van triggers, gedachten die de reactie versterken, vroege lichamelijke signalen en het gedrag dat daarop volgt. Technieken om afstand te nemen, te communiceren, problemen op te lossen of tot rust te komen, kunnen vervolgens helpen om anders te reageren. Boosheid voelen is op zich geen probleem; de begeleiding richt zich vooral op reacties die lijden veroorzaken, relaties beschadigen of de persoon zelf of anderen in gevaar brengen.
Dat betekent niet dat CGT automatisch voor iedereen geschikt is of een resultaat garandeert. De keuze voor een benadering hangt af van de hulpvraag, de klinische situatie, de voorkeuren en mogelijkheden van de persoon en de opleiding van de professional. Een beoordeling helpt bepalen of CGT passend is, moet worden aangepast of dat een andere vorm van begeleiding meer aangewezen is.
Richt CGT zich alleen op het heden?
CGT vertrekt vaak vanuit actuele problemen, omdat patronen in het dagelijks leven kunnen worden waargenomen en veranderd. Het verleden wordt echter niet genegeerd. Vroegere ervaringen kunnen hebben bijgedragen aan diepgewortelde overtuigingen zoals ‘ik ben niet goed genoeg’ of ‘ik kan niemand vertrouwen’. De therapeut kan de oorsprong ervan onderzoeken wanneer dit helpt te begrijpen wat zich vandaag herhaalt.
De gekozen benadering hangt ook af van de voornaamste moeilijkheid. Bij traumatische herinneringen kan een professional traumagerichte CGT voorstellen of een andere methode overwegen. Lees hierover ook ons artikel Wat is EMDR en hoe werkt het?. CGT en EMDR hoeven geen concurrerende benaderingen te zijn: ze steunen op verschillende kaders en kunnen, afhankelijk van de beoordeling door de therapeut, soms deel uitmaken van een ruimere behandeling.